De infrastructuur voor het circuit van Zandvoort gaat voor miljoenen verbouwd worden. Ingewijden melden dat Amsterdam en Zandvoort gezamenlijk optrekken bij het opknappen van de faciliteiten om de Formule 1 binnen te halen.

Met een investering van tientallen miljoenen in het gebied rondom het circuit moet de Formule 1 binnen afzienbare tijd naar Nederland komen. Het gerucht volgt op het verdwijnen van de DTM naar Assen, waarna de circuitdirectie in Zandvoort beloofde dat een ‘ander internationaal evenement’ de opengevallen geluidsruimte zou innemen.

De investeringen zijn niet voldoende om het hele circuit te vernieuwen, daarom moet er ook privaat geld bij. Al met al lijkt nu 75% van de investeringen al gedekt te zijn om het circuit van Prins Bernhard weer in een volledig Formule 1-waardige baan te veranderen.

De geruchten komen van miljonair vastgoedontwikkelaar Erik de Vlieger. De Amsterdammer is behoorlijk goed ingevoerd in de vastgoedwereld, maar was ook de eerste die wist dat Red Bull Racing in 2019 met Hondamotoren zou gaan rijden. Daarnaast voorspelde hij (op basis van informatie) maanden vooraf al dat Femke Halsema burgemeester van Amsterdam zou worden. De Vlieger weet dingen.

Social

Prins

Voor alle partijen zou het wel eens mee kunnen spelen dat het circuit in handen is van een echte prins. De Vlieger laat in zijn tweets doorschemeren dat hij meent dat de adellijke titel ervoor zorgt dat alle poppetjes mee willen werken.

In ieder geval heeft Charlie Whiting onlangs al gezegd dat hij de baan zelf geschikt acht voor een race. Dat betekent dat de faciliteiten rondom de baan aangepakt moeten worden. 

De gemeente Amsterdam liet onlangs weten dat een stratencircuit in de hoofdstad er niet in zat. Ze zouden liever Zandvoort (oftewel Amsterdam Beach) inzetten voor het prestigieuze racespektakel.

Social

van Autobahn Atom Feed https://ift.tt/2P1i6TO
via IFTTT

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.